Taartdeeg rolt het best uit als het koel maar soepel is. Erg koud deeg kan scheuren; warm deeg plakt en verliest de afzonderlijke stukjes vet. Rol met weinig bloem en regelmatig draaien tot de dikte uit het recept, zonder het deeg in vorm te dwingen.
Stap voor stap
Controleer het gekoelde deeg
Laat heel hard deeg net zacht genoeg worden om bij lichte druk mee te geven. Is het al zacht en plakkerig, koel het dan kort. Begin met een platgedrukte schijf of rechthoek die op de uiteindelijke vorm lijkt.
Rol vanuit het midden naar buiten
Bestuif het werkblad en de deegroller zo nodig licht met bloem. Rol met gelijkmatige druk vanuit het midden naar de randen. Til de roller op voordat hij over de rand rolt en die te dun maakt.
Draai en controleer de onderkant
Draai het deeg regelmatig en til het voorzichtig op om te zien of het vastplakt. Voeg alleen waar nodig een dun laagje bloem toe. Controleer de dikte van de hele lap, niet alleen het midden.
Verplaats zonder uitrekken
Ondersteun het deeg over de deegroller of tussen vellen geschikt bakpapier en laat het in de vorm zakken. Druk het rustig in de hoeken in plaats van het strak te trekken. Snijd de randen bij en koel opnieuw als het recept dat vraagt.

Scheuren, plakken en krimpen
Scheurt het deeg meteen, dan is het mogelijk te koud. Wacht even en druk kleine scheurtjes dicht. Wordt het vettig of plakt het sterk, koel het dan in plaats van veel bloem toe te voegen. Uitgerekt deeg kan in de vorm terugkrimpen. Proef geen rauw deeg, ook niet als er geen ei in zit.

