Door boter door bloem te wrijven, verdeel je koud vet in kleinere stukjes die met bloem bedekt zijn. Hun grootte beïnvloedt het gebak: soms vraagt een recept fijne kruimels, soms grotere vlokken. Houd het mengsel koel en werk het niet tot een vettige pasta.
Stap voor stap
Begin met koude blokjes boter
Doe de afgemeten bloem en overige droge ingrediënten in een kom. Snijd de boter in kleine blokjes en houd ze koud tot gebruik. Kies een kom waarin je het mengsel gemakkelijk kunt optillen en bewegen.
Schep de boter door de bloem
Bedek de blokjes met bloem zodat ze niet allemaal aan elkaar plakken. Haal grotere stukken voorzichtig uit elkaar voordat je begint te wrijven.
Gebruik je vingertoppen, niet je warme handpalmen
Pak steeds een beetje en wrijf boter en bloem licht tussen je vingertoppen. Laat het mengsel terugvallen in de kom en verwerk zo steeds een ander deel van het mengsel. Knijp niet de hele hoeveelheid samen in je handen.
Stop bij de gevraagde structuur
Controleer of de kruimels of vlokken de grootte uit het recept hebben. Kijk ook op de bodem naar grote, onbewerkte boterblokjes. Voeg pas vloeistof toe zodra het vet goed verdeeld is en meng daarna volgens de aanwijzingen voor dat deeg.

Vettige kruimels of taai deeg
Begint de boter te smeren of voelt de kom warm, zet het mengsel dan eerst in de koelkast. Langer wrijven is niet altijd beter: sommige soorten bladerig deeg hebben zichtbare stukjes vet nodig. Kneed deeg voor taart of gebak na het toevoegen van vloeistof niet als brooddeeg, tenzij het recept daar expliciet om vraagt. Proef geen rauwe mengsels met bloem.

