Bij zachtjes koken beweegt het vocht rustig en komen af en toe belletjes aan het oppervlak. Bij volop koken borrelt het veel krachtiger en beweegt een groot deel van het oppervlak. Kijk naar wat het vocht doet, niet naar een vaste stand op de kookplaat.
Wanneer zachtjes koken helpt
Soepen, sauzen en stoofgerechten moeten vaak rustig pruttelen. Zo kan het eten garen zonder dat kwetsbare stukken voortdurend heen en weer bewegen. Kijk opnieuw naar het vocht nadat je ingrediënten hebt toegevoegd of het deksel hebt teruggelegd; beide kunnen het kookgedrag veranderen.

Wanneer het recept om koken vraagt
Je kunt vocht aan de kook brengen om het snel te verhitten of om ingrediënten zoals pasta te koken. Volg het recept: hard koken is niet voor elk gerecht beter of sneller en kan meer vocht laten verdampen dan bedoeld.

Van volop koken naar zachtjes pruttelen
- Zet de warmte lager zodra het vocht kookt. Geef de pan even tijd om te reageren voordat je opnieuw bijstelt.
- Blijft een zware pan hard doorkoken, haal hem dan kort van de warmtebron en zet hem terug op een lagere stand.
- Bekijk verschillende delen van het oppervlak. Belletjes op één hete plek zeggen niet altijd iets over de hele pan.
- Moet het vocht pruttelen maar blijft het lange tijd stil, zet de warmte dan iets hoger en controleer opnieuw.
Borrelen zegt niet of het eten gaar is
Een pruttelende saus bewijst niet dat het vlees erin veilig gaar is. Controleer apart of het eten voldoende gegaard is voor veilige consumptie. Alleen aan de beweging van het vocht zie je evenmin of bonen, granen of taai vlees al zacht genoeg zijn.


