Door hele specerijen droog te roosteren, ontwikkel je hun aroma voordat je ze maalt of aan een gerecht toevoegt. Kleine zaadjes verbranden snel: blijf bij de pan en zet een koel bord klaar. Gemalen specerijen vragen om een andere aanpak; gebruik hiervoor niet zomaar dezelfde methode.
Stap voor stap
Meet de specerijen af en verdeel ze
Gebruik de hele specerijen uit het recept. Rooster sterk verschillende formaten zo nodig apart, zodat kleine zaadjes niet verbranden terwijl grotere stukken nog opwarmen.
Gebruik een droge pan op matig vuur
Neem een kleine, zware pan en verdeel de specerijen in een dun laagje. Verwarm rustig, zodat je de verkleuring kunt volgen. Voeg geen olie toe als het recept droog roosteren voorschrijft.
Roer en houd de pan in de gaten
Roer of schud de pan, zodat steeds een andere kant de warmte raakt. Let op een iets donkerdere kleur en een sterkere geur. Haal de pan van het vuur voordat er rook of zwarte plekjes ontstaan.
Stort op een bord en laat afkoelen
Doe de specerijen meteen op een koel bord, zodat ze niet doorgaren in de hete pan. Laat ze afkoelen voordat je ze in een geschikte specerijenmolen maalt of in een vijzel fijnwrijft. Gebruik daarna de hoeveelheid uit het recept.

Ongelijke kleur of weinig geur
Zet het vuur lager als sommige zaadjes veel sneller donker worden dan andere. Zeer oude specerijen kunnen ook na verwarmen weinig geur hebben; roosteren brengt niet al het verloren aroma terug. Gooi verbrande specerijen weg, want malen verspreidt de bittere smaak door het hele mengsel.
