Met een kernthermometer controleer je het midden van een visfilet nauwkeuriger dan op kleur alleen. Houd voor door en door gegaarde vis een kerntemperatuur van minimaal 63°C (145°F) aan. Kies een dunne voeler waarmee je goed in het dikste deel kunt meten.
Stap voor stap
Gebruik een geschikte, schone voeler
Lees in de handleiding waar het meetgedeelte van de voeler zit en hoe diep je die moet insteken. Een dikke voeler is mogelijk niet geschikt voor een heel dunne filet.
Meet in het midden van het dikste deel
Steek de voeler bij een dunne filet vanaf de zijkant in, zodat het meetgedeelte in het midden zit en niet dwars door de vis gaat. Raak de pan, graten of een ander heet oppervlak niet aan: dat kan de meting beïnvloeden.
Wacht tot de temperatuur niet meer verandert
Wacht volgens de handleiding tot de thermometer een stabiele waarde aangeeft. Meet ook op een andere dikke plek of in meerdere stukken als die niet even groot zijn. De laagste gemeten temperatuur moet minimaal 63°C (145°F) zijn.
Laat de vis zo nodig verder garen en meet opnieuw
Is de temperatuur nog lager, zet de vis dan terug op het vuur of in de oven en controleer opnieuw met een schone voeler. Serveer op een schoon bord met keukengerei dat niet net rauwe vis heeft aangeraakt.

Kleur, vlokken en andere soorten vis en zeevruchten
Of het visvlees ondoorschijnend is en in vlokken uiteenvalt, zegt iets over de structuur, maar geeft geen temperatuur van het koudste punt in het midden. Onder een bruin korstje kan een dik gedeelte nog te koud zijn. Deze uitleg geldt voor gegaarde vis, niet voor rauwe of licht gepekelde bereidingen, specifieke controles bij schaal- en schelpdieren of de vraag of bedorven vis door verhitting nog eetbaar wordt.

