Door een paprika in platte stukken te snijden, kun je de zaadkern gemakkelijker verwijderen en gelijkmatige reepjes maken. Deze methode is geschikt voor paprika’s in salades, roerbakgerechten en ovengerechten. Bij hete pepers moet je extra voorzichtig zijn met het aanraken van de snijvlakken.
Stap voor stap
Was en droog de paprika
Spoel de paprika af en droog de buitenkant. Leg hem op een stabiele snijplank en zet een kom klaar voor de steel en zaadjes, zodat die niet tussen de gesneden stukken terechtkomen.
Snijd de zijkanten los
Zet de paprika op de onderkant als hij stevig blijft staan. Snijd van boven naar beneden brede stukken langs de zijkanten af, zodat de zaadkern en steel achterblijven. Wiebelt de paprika, leg hem dan op zijn kant, snijd hem eerst doormidden en haal de zaadkern eruit.
Verwijder de zaadlijsten
Leg elk stuk met het vel naar beneden en snijd dikke witte zaadlijsten weg. Schud of veeg losse zaadjes eraf. Snijd bruikbaar vruchtvlees rond de onderkant los, zodat je dat niet met de zaadkern weggooit.
Snijd reepjes of blokjes
Druk een stuk voorzichtig plat op de plank en snijd het in reepjes van gelijke breedte. Leg voor blokjes een paar reepjes naast elkaar en snijd ze dwars door. Werk met minder reepjes tegelijk als ze verschuiven.

Glad vel en ongelijke stukken
Een scherp mes hoort te snijden zonder dat je hard hoeft te drukken. Met het vruchtvlees naar boven kun je de snede vaak gemakkelijker inzetten. Bewaar gebogen eindstukjes voor gerechten waarin de precieze vorm niet uitmaakt en stem de grootte van de overige stukken af op de bereidingstijd.

