
Rote Grütze (Duitse rode bessenpudding)
Gekoelde Duitse rodebessenpudding gebonden met maïzena

Soms weet je al waar je trek in hebt voordat je weet wat je gaat koken of bakken: iets friszuurs, iets met een zachte kruidensmaak, een diepe rooksmaak of juist iets vol en rijk. Smaakprofielen delen recepten in op hun belangrijkste smaak en aroma. Zo kun je zoeken naar wat je straks vooral wilt proeven. Het is een handige manier om heel verschillende gerechten met een vergelijkbare smaakbeleving naast elkaar te zetten en verrassingen te voorkomen wanneer je voor een bepaalde gelegenheid of menu kookt.
Een smaakprofiel geeft aan welke smaak of welk aroma in een recept het meest opvalt en het langst bijblijft. Sommige termen verwijzen naar basissmaken, zoals zoet, zout, zuur en bitter. Andere beschrijven het samenspel van ingrediënten en bereidingswijze, zoals rokerig, gekaramelliseerd, romig, kruidig of knoflookachtig. Zie zo’n profiel als de belangrijkste eigenschap van een gerecht, niet als een volledige omschrijving. Een recept kan zowel rijk als friszuur zijn, of zoet met een bitter randje, maar meestal voert één profiel de boventoon. Het profiel zegt ook niet automatisch hoe pittig, machtig of complex een gerecht is. ‘Pittig’ gaat hier om de hitte van chilipeper; ‘peperig’ kan afhankelijk van het recept slaan op de scherpte van zwarte peper, mosterd of pittige bladgroenten.

Gekoelde Duitse rodebessenpudding gebonden met maïzena

Chocoflan met karamel, vanilleflan en chocoladebiscuit

Pierogi gevuld met spinazie en ricotta

Cajun chicken étouffée met donkere roux, geserveerd op rijst

Dichte Portugese amandelcake afgewerkt met poedersuiker

Halloumi traybake met geroosterde courgette, paprika en tomaten
De profielen lopen uiteen van heldere, frisse smaken tot diepe smaken die vaak door langer garen ontstaan. Frisse profielen, zoals citrusachtig, friszuur en zuur, zijn vaak afkomstig van vers sap, azijn, yoghurt, ingelegde ingrediënten of fruit. Ze kunnen een gerecht lichter laten smaken, ook als het op zichzelf behoorlijk vullend is. Diepere profielen, zoals gekaramelliseerd, rokerig en nootachtig, ontstaan meestal door bruinen, roosteren, grillen of het gebruik van geroosterde specerijen en noten. Ze smaken doorgaans ronder en hartiger. Bij profielen als romig, boterig en kazig speelt ook de textuur een grote rol: vet en emulsies bepalen hoe de smaak in de mond overkomt. Tot slot helpen ‘mild’ en ‘rijk’ om de intensiteit te kiezen. Mild wijst op een zachtere kruiding, terwijl rijk duidt op geconcentreerde smaken, vet of beide.

Pierogi gevuld met spinazie en ricotta

Cajun chicken étouffée met donkere roux, geserveerd op rijst

Chocoflan met karamel, vanilleflan en chocoladebiscuit

Dichte Portugese amandelcake afgewerkt met poedersuiker

Halloumi traybake met geroosterde courgette, paprika en tomaten

Gekoelde Duitse rodebessenpudding gebonden met maïzena

Boterige Nederlandse koeken met een dikke vulling van amandelspijs

Bladerdeegtaart met Dijonmosterd, tomaten en Gruyère

Duitse eenpansstoof met gerookte worst, bonen en aardappels

Compacte Bretonse boterkoek met vanille en eidooiers

Gladde tahinsaus met citroen, knoflook en water

Kroketten met rundvleesragout en een krokant paneerlaagje
Ga om te beginnen uit van contrast. Is de rest van het menu machtig of zetmeelrijk, dan kan een friszuur, citrusachtig of kruidig recept voor evenwicht zorgen. Serveer je mager vlees, magere vis of veel groenten, dan geeft een romige, boterige of kazige smaak vaak de volheid van vet en zout die het gerecht nodig heeft. Op koude dagen sluiten aardse, rokerige en gekaramelliseerde smaken goed aan bij geroosterde en gestoofde gerechten. Lichte, frisse en fruitige profielen passen juist bij warmer weer en lichtere gangen. Houd ook rekening met je gasten. Bittere en zure smaken kunnen behoorlijk uitgesproken zijn en komen vaak het best tot hun recht naast iets zoets, zouts of vets. Hartige, knoflookachtige en milde smaken zijn meestal gemakkelijker in te passen wanneer je voor een gemengd gezelschap kookt.
Heb je een smaak in gedachten en wil je daar een hoofdingrediënt bij zoeken, blader dan op Ingrediënt. Zo vind je ingrediënten die van nature bij dat profiel passen, zoals citrusvruchten, kruiden, chocolade of kaas. Stel je een menu samen, dan is Soort gerecht de snelste manier om de gewenste smaak te vertalen naar bijvoorbeeld een salade, soep, ovengerecht, dessert of drankje.

Krokante tlayuda met bonen, Oaxaca-kaas, kool en avocado

Lamscurry gesudderd met mosterdblad en specerijen

Vis curry op Kerala-wijze met kokosmelk en kerrieblaadjes

Zeevruchtenlinguine met mosselen, venusschelpen en garnalen

Kippendijen gestoofd met tomaten, rode paprika, kruiden en olijven

Varkensworsten gesudderd met paprika, ui, tomaten en basilicum

Rustieke pasta met eekhoorntjesbrood, boter, witte wijn en Parmezaan

Puy-linzen in Dijonvinaigrette met een zachtgekookt ei erop
Ja. Veel gerechten hebben meerdere smaaklagen, maar meestal voert één smaak de boventoon. Gebruik het profiel als vertrekpunt en bekijk daarna de ingrediëntenlijst en bereidingswijze om te zien welke andere smaken een rol spelen.
Zuur is een van de basissmaken en ontstaat door zuren. Friszuur duidt vaak op zuur in combinatie met een beetje zoet of hartigheid, zoals bij yoghurt of bepaalde sauzen. Citrusachtig zuur komt specifiek van de schil en het sap van citrusvruchten en heeft vaak een uitgesproken aroma.
Pittig duidt hier op de hitte van chilipeper. Peperig is een scherpere, prikkelende warmte die afkomstig kan zijn van zwarte peper, mosterd, radijs of pittige bladgroenten. Die blijft meestal minder lang hangen dan de hitte van chilipeper.
Niet altijd. Sommige recepten krijgen een rooksmaak door grillen of blakeren, andere door ingrediënten die zelf rokerig smaken. Uit de bereidingswijze blijkt of de rooksmaak tijdens het koken ontstaat of door een ingrediënt wordt toegevoegd.
Ze overlappen, maar betekenen niet hetzelfde. Romig verwijst naar een gladde, volle textuur die vaak ontstaat door zuivel, kokos, puree of een geëmulgeerde saus. Rijk is breder en kan te danken zijn aan vet, ingekookte sauzen, gebruinde smaken of zoetigheid.
Gekaramelliseerde smaken ontstaan door bruiningsreacties tijdens het koken. Daarbij vormen zich naast zoetheid ook complexe aroma’s. Een zoet smaakprofiel kan simpelweg afkomstig zijn van suiker of fruit, zonder die geroosterde, licht gebrande tonen.
Weet je nog niet wat je wilt maken, kies dan eerst een smaakprofiel. Zo zoek je op smaak in plaats van op keuken of gang. Bepaal welke smaak de boventoon moet voeren en verfijn je keuze vervolgens op ingrediënt of soort gerecht, passend bij wat je in huis hebt en hoe je het wilt serveren.

