
Frittata di Patate (frittata met aardappel, ui en Parmezaan)
Aardappelfrittata met ui en Parmezaan

Een grote pan biedt veel inhoud en houdt de warmte gelijkmatig vast. Hij is diep genoeg om pasta te koken, soepen en stoofgerechten te laten pruttelen, granen te bereiden, groenten te blancheren of bouillon te trekken zonder steeds water te hoeven toevoegen. Dankzij de extra ruimte kook je bovendien rustiger: vocht kookt minder snel over en je kunt roeren zonder te morsen. Daar staat tegenover dat zo'n pan minder snel reageert op temperatuurveranderingen. Opwarmen en afkoelen duren langer en voor kleine hoeveelheden is hij niet erg efficiënt. Als je weet wanneer een recept echt om een grote pan vraagt, voorkom je waterige gerechten, een aangebrande bodem en een overvolle pan.
Kies een grote pan als je veel water nodig hebt of iets lang en zachtjes moet laten pruttelen. Pasta en aardappelen koken beter in ruim water, omdat het water dan sneller opnieuw kookt nadat je de ingrediënten hebt toegevoegd. Bij soep, stoofgerechten en bouillon zorgt een diepe pan ervoor dat de ingrediënten helemaal onderstaan en dat het vocht rustig kan pruttelen zonder te spatten. Ook voor blancheren is een grote pan handig: het water blijft beter op temperatuur, zodat de ingrediënten snel garen. Voor bereidingen waarbij veel vocht moet verdampen is zo'n pan minder geschikt. Wil je een saus inkoken of ingrediënten bruinen, dan verdampt het vocht sneller in een brede, ondiepe pan en komt het eten beter in aanraking met de hete bodem.

Aardappelfrittata met ui en Parmezaan

Tortelloni omgeschept met boter, salie en Parmezaan

Spaghetti met tonijn, tomaat, kappertjes en peterselie

Rijst met romige zwarte bonen, limoen en koriander

Duitse aardappelsalade met azijn, mosterd en peterselie

Duitse aardappeldumplings zachtjes gesudderd tot ze mals zijn
Een te volle pan ligt voor de hand, maar te weinig op smaak brengen is een minder opvallende fout. In een grote hoeveelheid vocht worden zout en smaakmakers sterker verdund. Daarom vragen recepten vaak om het gerecht in verschillende fasen op smaak te brengen en tussendoor te proeven. Zet de pan ook niet op hoog vuur om vervolgens weg te lopen. Het kan even duren voordat een grote pan op temperatuur is, maar daarna kan de inhoud plotseling hevig gaan koken en over de rand schuimen, vooral bij zetmeelrijke ingrediënten. Draai het vuur lager zodra het kookt en laat het rustig pruttelen. Vergeet ten slotte de bodem niet. Dikke soepen en papachtige mengsels kunnen aanzetten als je tijdens het roeren de bodem niet goed meeneemt. Dat gebeurt vooral op krachtige pitten, waarbij de hitte zich in het midden concentreert.

Turkse kip-rijstpilaf met geplukte kip

Malse wortels met citroen, komijn en verse koriander

Kokos-kikkererwtencurry met spinazie, limoen en koriander

Kleefrijst met kokos geserveerd met rijpe mango

Rajasthani rode lamscurry met yoghurt en specerijen

Griekse soep van witte bonen en tomaat met kruiden

Zweedse runderstoof met uien, piment en laurierblad

Romige ovenschotel met gezouten kabeljauw en aardappel

Spaghetti met venusschelpen, witte wijn, knoflook en citroen

Aardappelpuree met gestoofde appels, varkensworst en gekaramelliseerde uien

Pasta met geroosterde aubergine, courgette, paprika en tomaten.

Zachte spätzle omgeschept met boter en bieslook
Moet je iets koken in water, dan kun je de hoeveelheid vaak over twee kleinere pannen verdelen. Zo blijft het water beter koken en raken de pannen niet te vol. Voor soep en stoofgerechten kun je een diepe hapjespan of braadpan gebruiken. Mogelijk moet je het vuur wat lager zetten om te voorkomen dat er te veel vocht verdampt. Heb je vooral veel ruimte nodig om te blancheren, dan werkt een brede pan vaak beter dan een heel hoge. Hij warmt gelijkmatiger op en je kunt de ingrediënten er sneller uit halen. Welke pan je ook gebruikt, kies hem op basis van wat er tijdens het koken moet gebeuren: er moet genoeg ruimte zijn om het vocht te laten borrelen, voldoende diepte om de ingrediënten onder te dompelen en een bodem waarop het gerecht niet snel aanbrandt.
De bereidingswijze sluit goed aan bij het gebruik van een grote pan, omdat koken, zachtjes laten pruttelen en stoven elk andere eisen stellen aan de inhoud en temperatuurregeling. Ook de moeilijkheidsgraad helpt om te bepalen wat je kunt verwachten. Sommige gerechten in een grote pan hebben nauwelijks aandacht nodig, terwijl je bij andere regelmatig moet roeren en het vuur zorgvuldig moet regelen om aanbranden of overkoken te voorkomen.

Quinoakom met tonijn, groenten, olijven en zachtgekookt ei

Romige risotto met paddenstoelen, Parmezaan en truffelolie

Langzaam gegaarde groenten met tomaat, paprika, courgette en aubergine

Grieks lamsgebraad met citroen, knoflook en aardappelen uit de oven

Kikkererwten- en spinaziebowl met zilvervliesrijst en salsa

Romige fenegriek-kipcurry met verwarmende specerijen

Bowl met geroosterde zoete aardappel, couscous, kikkererwten en yoghurt

Zoete balletjes van geroosterd kikkererwtenmeel met ghee en kardemom
Zorg voor voldoende ruimte boven de inhoud. Laat bij koken plaats over voor borrelend water en schuim. Bij zachtjes pruttelen moet het vocht de ingrediënten ruim bedekken, zonder tijdens het roeren tot aan de rand te komen.
Meestal komt dat doordat de pasta in de eerste paar minuten niet is omgeroerd of doordat het water niet goed kookte toen de pasta erin ging. Een grote pan helpt, maar de juiste werkwijze blijft belangrijk.
Soms, maar dat hangt af van de breedte van de pan. Voor goed bruinen heb je voldoende bodemoppervlak nodig. Is de bodem te smal, dan stoomt het vlees in plaats van dat het bruint. Bak het vlees in porties of gebruik een brede koeken- of braadpan en doe het daarna over in de grote pan.
Een hoge pan biedt veel inhoud zonder veel ruimte op het fornuis in te nemen. In een brede pan kun je meestal makkelijker roeren, inkoken en ingrediënten uit het vocht halen. Welke vorm het beste is, hangt ervan af of je vooral diepte, een groot oppervlak of allebei nodig hebt.
Mogelijk staat het vuur te hoog voor zo'n dikke soep of bereik je tijdens het roeren de bodem niet goed. Zet het vuur lager, laat de soep zachtjes pruttelen en roer grondiger, vooral bij zetmeelrijke of romige soepen.
Pak een grote pan als je iets gelijkmatig wilt laten koken of rustig wilt laten pruttelen en voldoende ruimte boven de inhoud nodig hebt. Wil je ingrediënten bruinen of vocht snel laten inkoken, dan werkt een bredere, ondiepere pan meestal efficiënter.

