Bij stomen garen groenten boven kokend water in een afgesloten pan. Ze liggen in de stoom, niet in het water. Even grote stukken worden gelijkmatiger gaar, maar stevige groenten hebben nog steeds langer nodig dan zachte bladeren.
Stap voor stap
Maak gelijkmatige stukken
Was de groenten en maak ze schoon. Verdeel broccoli of bloemkool in ongeveer even grote roosjes en snijd dikke stelen kleiner. Bereid groenten met sterk verschillende gaartijden apart of voeg snelgare soorten later toe.
Zet het mandje boven het water
Vul de pan met water tot onder de bodem van een geschikt stoommandje. Breng het water aan de kook en controleer of het mandje stevig staat en het water de groenten niet raakt.
Voeg groenten toe en dek af
Verdeel de stukken zo dat de stoom ertussen kan bewegen; prop het mandje niet vol. Dek af en houd het vuur hoog genoeg om stoom te blijven maken. Controleer bij langere bereiding het waterpeil en vul zo nodig voorzichtig bij.
Controleer het dikste stuk
Til het deksel zo op dat de stoom van je gezicht en handen af ontsnapt. Prik met de punt van een mes of vork in een dikke steel of een dik stuk. Haal het mandje uit de pan zodra de groenten de gewenste gaarheid hebben. Breng op smaak en serveer of bereid verder volgens het recept.

Ongelijk gaar of een drooggekookte pan
Snijd dikke stelen kleiner dan tere roosjes en maak geen dicht opeengepakte berg. Een drooggekookte pan kan aanbranden en beschadigen. Zet dan het vuur uit en laat de pan veilig afkoelen. Ook nauwelijks zichtbare stoom kan brandwonden veroorzaken: gebruik droge ovenwanten en houd afstand van de opening onder het deksel.
