
Tostadas de Ceviche de Atún (tostadas met tonijnceviche)
Knapperige tostadas met tonijnceviche en avocado

Platbrood is het veelzijdigst als je het niet als één vast recept ziet, maar als een basis die je op allerlei manieren kunt gebruiken. Hetzelfde ronde of ovale brood kan dienstdoen als snelle bodem met beleg, wrap, brood om mee te dippen of bijgerecht bij gerechten met veel saus. Vooraf hoef je vooral te bepalen of je een zacht, soepel platbrood wilt of een krokantere soort die onder het beleg niet slap wordt. Daarna kies je vullingen en bijgerechten die bij die structuur passen.
Platbrood is een verzamelnaam voor brood dat in een vrij dunne vorm wordt gemaakt en meestal snel gaart op een heet bakvlak of in een hete oven. Sommige soorten zijn gerezen en luchtig, andere zijn ongerezen en blijven plat en soepel. Ze hebben allemaal relatief veel korst en weinig kruim. Daardoor zijn ze bij uitstek geschikt om te blakeren, met olie of boter te bestrijken en als drager voor ander eten te gebruiken.
Platbrood is niet automatisch een pizzabodem, al zijn veel soorten daar wel voor geschikt. De naam zegt evenmin of het brood zacht of krokant is, van tarwe of een ander graan wordt gemaakt, en in een pan, op een bakplaat of in de oven wordt gebakken. Die eigenschappen zijn belangrijk bij het kiezen van beleg en vullingen en bij het plannen van de bereiding.

Knapperige tostadas met tonijnceviche en avocado

Focaccia belegd met cherrytomaten en olijven

Gegrilde pita gevuld met gekruid lamsgehakt, ui en peterselie

Zoete olijfolie-focaccia met suiker en citroenrasp

Knapperige tarte flambée met gerookte zalm, rode ui en dille

Op een bakplaat gebakken maïsmeel-platbroodjes met knapperige korst
Zacht en soepel platbrood gebruik je voor wraps en broodzakjes, of om in stukken te scheuren en mee te dippen. Het past goed bij vochtige vullingen, zoals gekruid vlees, geroosterde groenten, aangemaakte salades of sauzen op basis van yoghurt. Je kunt het om de vulling vouwen en uit de hand eten.
Krokante platbroden, waaronder dunne soorten uit de oven, lijken meer op crackers of een flinterdunne bodem. Je kunt ze goed besmeren, beleggen en in stukken snijden. Ook blijven ze steviger onder oliehoudend beleg, gesmolten kaas of een laag groenten. Dikkere, luchtigere soorten zitten daar tussenin: stevig genoeg voor royaal beleg, maar nog zacht genoeg om saus mee op te nemen. Bij een stoofgerecht of curry is een zachtere variant doorgaans het prettigst om mee te scheppen.

Knapperige flammkuchen met crème fraîche, spek en ui

Gegrilde pita gevuld met gekruid lamsgehakt, ui en peterselie

In de pan gebakken masa-rondjes met bonen, salsa verde en kaas

Focaccia belegd met cherrytomaten en olijven

Elzasser platbrood met crème fraîche, paddenstoelen, spekreepjes en ui

Krokante tlayuda met bonen, Oaxaca-kaas, kool en avocado

Flatbreads met gist belegd met mozzarella en feta

Grieks flatbread met gebakken feta, honing en oregano

BBQ-chickenflatbread met mozzarella en rode ui

Op de bakplaat gebakken gorditas met aardappel, ui en queso fresco

Op de bakplaat gebakken masa-koekjes met rundergehakt-picadillo en aardappel

Warme manakish met za’atar, feta, komkommer, tomaat en olijven
Bouw de maaltijd in lagen op: een smaakvolle basis, het belangrijkste beleg of de vulling en tot slot iets fris of zuurs. Bij belegd platbrood helpt een laagje tomaat, yoghurt, hummus of kruidenolie het oppervlak gelijkmatig te bruinen en voorkomt het dat droog beleg ook droog smaakt. Voeg daarna een hoofdingrediënt toe dat tegen verhitting kan, zoals gare groenten, draadjesvlees, peulvruchten of kaas.
Maak het af met contrast, bijvoorbeeld ingelegde ui, citroen, gehakte kruiden of chili, of serveer er een knapperige salade bij. Zet je verschillende platbroden op tafel om te delen, bied dan minstens één verkoelend element aan, zoals yoghurt, komkommer of een milde dip, en één krachtige smaakmaker, zoals een kruidige saus, salsa of pasta in harissastijl. Zo kan iedereen elke hap naar wens op smaak brengen.
Wil je platbrood dat bij een bepaald soort maaltijd past, dan vind je via zoeken op keuken vaak het snelst vertrouwde smaakcombinaties en manieren van serveren. Ook de bereidingswijze is hier nuttig, omdat platbrood uit de koekenpan, van een bakplaat of uit de oven zich anders gedraagt wanneer je het belegt, vouwt of opnieuw opwarmt.

Geroosterde vermicelli in tomatenbouillon met gebruinde chorizo

Romige tarka dal met sissende ghee, knoflook en pepers

Italiaanse rijstsalade met tonijn, tomaat, komkommer en basilicum

Kip gestoofd met sjalotten in een pittige azijnsaus

Gelaagd Marokkaans platbrood met olijfolie gevouwen en gebakken

Vegetarische paella met saffraanrijst, artisjokken en boterbonen

Pappardelle met langzaam gesudderde wildzwijnragù en pecorino

Gestoomde couscous met mals lam, kikkererwten en groenten
Nee. Sommige platbroden zijn ongerezen, terwijl andere gist of een ander rijsmiddel bevatten voor een zachtere, luchtigere structuur. Aan de naam alleen kun je dat niet zien.
Kies een zacht en soepel platbrood dat je kunt buigen zonder dat het scheurt. Een iets dikker platbrood houdt vochtige vullingen vaak beter vast dan een heel dunne, krokante variant.
Vaak wel. Krokante of stevigere platbroden kunnen beleg meestal beter dragen en zijn gemakkelijker netjes te snijden. Heel zachte soorten worden slap onder veel of vochtig beleg.
Gebruik een vrij droge basislaag, voeg erg vochtige ingrediënten pas na het bakken toe en leg niet te veel beleg op het brood. In een hete oven wordt het oppervlak snel stevig.
Serveer warm platbrood met twee of drie verschillende soorten beleg of dips. Geef er ook iets friszuurs bij, zoals een salade of ingelegde groenten, als tegenwicht voor volle smaken.
Als je eenmaal hebt bepaald of je soepel of krokant brood nodig hebt, is de rest eenvoudig: kies beleg dat bij die structuur past en maak het geheel af met iets friszuurs voor de balans. Platbrood is op zijn best als het brood, het beleg en de garnering elk een duidelijke functie hebben.

